Woontechnologie, een verdeling in drieen (voor DomoZine 2010/35)

Het was medio 2008; het begrip ‘ woontechnologie’ – en de daarmee bij vlagen samenhangende problemen – werd weer eens actueel en pijnlijk duidelijk:
Elektriciteitsbedrijf NUON stelde voor iedere woning te voorzien van een z.g. slimme meter; kortom: een meter die het verbruik automatisch registreert en de standen gedetailleerd via internet doorgeeft.
Domozine artikel, Jan 2010,

Woontechnologie, een verdeling in drieen.

Het was medio 2008; het begrip ´woontechnologie’ – en de daarmee bij vlagen samenhangende problemen – werd weer eens actueel en pijnlijk duidelijk:
Elektriciteitsbedrijf NUON stelde voor iedere woning te voorzien van een z.g. slimme meter; kortom: een meter die het verbruik automatisch registreert en de standen gedetailleerd via internet doorgeeft. Achterliggende argumentatie: inzicht in het verbruik en energiebesparing.
Inmiddels is , onder meer na een kritisch rapport van de Rijks Universiteit Tilburg, mede in opdracht van de Consumentenbond, en discussie in de media het plan door de 1e Kamer ‘aangehouden’ , oftewel uitgesteld. Voornaamste tegenargument: de voorziene problemen m.b.t. onze privacy.

In vrijwel ieder huishouden in ons land staan 1 of meerdere computers; zij hebben al dan niet permanent contact met het internet en daarmee vice versa.
Daarover hoor ik zelden mensen klagen en/of hun computer de deur uit doen. Beide voorbeelden zijn te rangschikken onder de noemer ‘woontechnologie’ .
Of toch niet?
Teneinde niet het kind met het badwater weg te gooien bij deze een poging duidelijkheid te scheppen in een complexe materie, die de komende jaren verbreedt en daarmee alleen maar complexer zal worden.

Wonen en technologie verdragen elkaar slecht. Zoals filosoof Peter Sloterdijk al opmerkt: “het wonen is normaal gesproken gedethematiseerd, omdat het juist bedoeld is gewenning en trivialiteit te produceren”.
Daarmee staat veel technologie op gespannen voet: een slimme meter mag dan uiteindelijk gewenning produceren, trivialiteit in elk geval niet. Walter Bemjamin spreekt over een foedraal: een omhulsel dat de afdruk van zijn bewoner draagt.

Wanneer we voor het gemak Maslow’s basisvoorwaarde voor onderdak even vergeten; ons wonen gaat over thuiskomen en weggaan, herinneringen, sfeer, vrijheid en geborgenheid.
Daarvoor is woontechnologie geen absolute voorwaarde, wel af en toe een welkom hulpmiddel. Dat het licht in mijn entrée automatisch aangaat wanneer ik de voordeur open maak is handig maar voegt inhoudelijk niets toe. Wanneer ik dat handmatig zou doen is het eindresultaat hetzelfde: het licht is aan. Ik grijp op dat moment niet actief in in mijn woonomgeving; er is per saldo slechts een voorziening, een process, geautomatiseerd.

Woontechnologie is, terwille van een helder discussie, m.i. te verdelen: te verdelen in sectoren die elk een andere basis kennen en daarmee elk een andere (vorm van) invloed hebben op onze (directe) omgeving.

1. Technologie die onze omgeving vormgeeft.
2. Technologie die onze omgeving beinvloedt.
3. Technologie die onze omgeving verbindt.

Ad.1
Hieronder zou ik die technieken willen rekenen die onze omgeving bouwkundig bepalen en vormgeven; dus na ruwbouw of casco: indelen en afwerken. Ik reken dit onder woontechnologie omdat de mogelijkheden hiertoe steeds groter worden. Ondanks het feit dat wij veelal dezelfde (af)bouwmethoden hanteren als 100 jaar geleden zijn er wel degelijk technologischer opties die de overigen (2 en 3) aanzienlijk vereenvoudigen, zoals verhoogde vloeren voor een onderliggende bekabeling. Dit deel van de woontechnologie is daarvan tevens vaak de drager.

Ad.2
Een substantieel deel van onze woonomgeving kan/moet feitelijk variabel zijn; de eisen die wij aan onze woning stellen veranderen als gevolg van een reeks factoren: gezin-samenstelling, wooneisen, werk/hobbies, etc. Tegelijkertijd is onze woning, ondanks een ‘stand-alone’ casco, niet eenvoudig aanpasbaar en indeelbaar, zolang we aanpassing blijven beschouwen als een bouwkundige activiteit/noodzaak en niet als een essentiële voorwaarde die op meerdere manieren relatief eenvoudig te realiseren is.
Zoals Bernhard Leupen opmerkt:

om een woning te maken die bestand is tegen de invloeden van de tijd, moet deze woning allerlei mogelijke vormen van bewoning en gebruik kunnen opnemen

Daarnaast zijn de belevingsfactoren – licht, geluid, geur; – onderdelen die hun invloed hebben op ons wonen, onze ervaring. Deze factoren worden steeds belangrijker maar blijven in deze vaak onderbelicht terwijl ze in bv. de retail wel als belangrijk worden gezien.
In toenemende mate zijn tevens materialen beschikbaar die over een grote(re) mate van tactiliteit, van interactiviteit, van aanpassingsvermogen beschikken.

Ad.3
De technologiën die – van ‘buiten’ – hun invloed hebben op onze woonomgeving worden talrijker: onze beeldschermen worden groter en dunner, de techniek beter. De integratie met de woonomgeving (en daarmee pt. 2) wordt dus eenvoudiger; aan de andere kant verandert het karakter van passief naar actief.
Zoals boven aangegeven: het feit dat wij, vanaf onze computer, toegang hebben tot de buitenwereld, impliceert dat diezelfde buitenwereld dat met ons heeft, zolang wij dat toestaan. Tot op heden kunnen wij – als we dat verkiezen – ons daaraan grotendeels ontrekken,. Een computer en een telefoon kunnen we uitschakelen; wanneer echter de ontwikkelingen (zoals rfid, etc.) doorzetten wordt dit een stuk gecompliceerder. Wanneer onderdelen van onze woning/ons wonen permanent verbonden zijn met het internet, zonder onze invloed hierop, is er nauwelijks meer sprake van de woning als beschermde omgeving.Met andere woorden; het noopt ons wellicht tot een nieuwe definitie van wonen en/of privacy. Wat bepaald onze omgeving, wat is ons vertrouwd?

Onze woning, ons wonen, zal de komende decennia veranderen; de vraag is alleen op welke punten en in welke mate. Daar waar wij buitenshuis een grote hoeveelheid informatie van velerlei aard, inhoud en vorm aceptabel vinden; daar willen wij binnenshuis vaak van verschoond blijven. Die paradox zal blijven bestaan, zolang wij ons ‘ wonen’ niet (uitsluitend) anders definieren dan muren met een dak erboven: de deur dicht, de wereld buitengesloten.
Ter illustratie en overdenking:
Op 7-9 december 2009 vond in Venetie een in deze relevant congres plaats georganiseerd door o.a. MIT; met als eén van de vele vragen:
‘how the context of home can extend beyond a particular location using the technology in the palm of your hand?’
Van belang is en blijft dat wij invloed hebben en houden op onze woongeving; dat techniek in al zijn vormen hiervan een essentieel onderdeel vormt staat buiten kijf. Daarbij dienen wij ons te realiseren dat technische mogelijkheden binnen de woonomgeving ons in staat stellen ervaringen, omstandigheden en invloeden te bepalen en te reguleren die uiteindelijk ons leven mede vorm- en waarde geven.

Martin Pot
Rotterdam, 20-1-2010
Peter Sloterdijk,Sferen deel 3, Schuim, pag. 367, uitg. BOOM 2009

Publicaties/Publications 07-04-2010