Installaties (voor BNI-INTERN 5-2009)

Toen op 31 januari 1977 in Parijs het Centre Georges Pompidou – ontworpen door Renzo Piano en Richard Rogers – werd geopend stelde de New York Times:

it turned the architectural world upside down.

Alle installaties werden aan de buitenzijde geplaatst; elk in een aparte kleur, vastgesteld per functie.
Zodoende bleven tentoonstellingsruimtes vrij beschikbaar en indeelbaar, zonder de belemmeringen van aan- en afvoeren, leidingen en overige installaties.
Het begrip ´installaties´ heeft een tenminste dubbele betekenis: in de wereld van de (interieur)architectuur doelen we dan op luchtbehandeling, brandbeveiliging, etc.
Daarnaast installeren we onze software, we installeren ons op de bank voor een goede film, we installeren een burgemeester of rechter.

In de beeldende kunst echter bedoelen we iets anders wannneer we over installaties spreken:

Een installatie is een ruimtelijk kunstwerk bestaande uit heterogene elementen, door een beeldend kunstenaar opgebouwd, uitgestald of opgehangen op een speciaal daarvoor uitgekozen locatie. Een installatie kan gezien worden als een tijdelijk environment. Installaties komen veelal voor in de conceptuele kunst.

Allan Kaprow gaf in 1962 bij het voorstellen van zijn werk Push and pull, een werk dat op het installeren of inrichten van ruimtes gericht was een omschrijving van het begrip installatie:

Iedereen kan één of meer ruimtes vinden of maken van iedere afmeting of vorm, proportie en kleur – en deze dan inrichten (installeren); misschien ook enkele of alle dingen beschilderen. Als de ruimte op die manier gestoffeerd is, kan iedereen er in lopen en al naargelang de ruimte deze opnieuw inrichten of wijzigen zoals hij wil. Voortdurend kunnen de dingen veranderen.

Opvallend is dus dat Wikipedia geen ander definitie verstrekt of kent dan die als kunstwerk, dat zou wellicht hoopvol moeten stemmen. Kunst als eerste begrip, voor techniek, wie kan daarop tegen zijn De link zou kunnen worden gevormd door wat columnist H.J.A.Hofland ooit opmerkte in een prachtig artikel in maart 2004 in het NRC. ´Bouw een hut!´

een paar oude deuren verplichten tot een andere vormgeving dan een stuk gegolfd eterniet. Na een jaar is hier een chaotisch varkenskot, een bizar villaatje, een miniatuur van Rietvelds Schröderhuis verezen. Als je het bouwsel in een museum zou zetten, zou het voor een interessante installatie kunnen doorgaan.

Opvallend is het tamelijk fundamentele verschil in – delen van – definitie en omschrijving; en daarmee in het karakter. De bouwkundige/technische installaties vallen nauwelijks aan te merken als conceptueel en al helemaal niet als tijdelijk; in tegendeel.
Echter: hoe permanent kan/moet een installatie – in ‘ons’ geval – zijn? Wanneer we de beeldende kunst-term ‘environment’ hanteren komen we dichter bij wat we in de (interieur)architectuur als gestuurde omgeving kunnen zien: dat is immers wat installaties doen: de ´environment´ beïnvloeden, het aansturen, beheersen, registreren van de aan/ en afvoer, de behandeling van lucht, licht, warmte en kou.

Als we het geheel aan toegevoegde techniek beschouwen als installaties beschikken we dus over een containerbegrip waarmee we een ‘environment’ kunnen definiëren, sturen, personaliseren.
In een recent verschenen bundel artikelen, ‘ Sensing Space’ worden ca. 20 voorbeelden gegeven, deels op de grens van (interieur)architectuur, waarin de stand van zaken m.b.t. geïntegreerde technologie uit de doeken wordt gedaan.

Vraag is en blijft daarmee hoe permanent – of juist niet – een installatie binnen ons vakgebied moet zijn, wil deze voorzien in alle mogelijkheden en vereisten van het tijdelijk karakter, zoals bedoeld in de andere definities.
In vele publicaties en artikelen wordt de mogelijkheid tot permanente aanpassing van onze woonomgeving, en daarmee in eerste aanleg bouw en techniek, als zeer wenselijk ervaren.
Een beduidend grotere mate van industrieel bouwen, van standaardisatie, van flexibiliteit; dit alles zijn voorwaarden om te komen tot een – in de woningbouw – veel grotere mate van vraag-gestuurd bouwen i.p.v. aanbod-gestuurd bouwen.
Ten behoeve van kantoren zijn al veel langer meerdere oplossingen beschikbaar die via o.a. een licht verhoogde systeemvloer de ruimte erboven vrijlaten: alle leidingwerk is bereikbaar en eenvoudig aanpasbaar.
Waarom dit ook niet voor de woningbouw geschikt en bereikbaar maken?

Wellicht zou een woning aldus ook een soort Centre Pompidou kunnen zijn; een vrij indeelbare ruimte voor de ‘kunsten van het leven’ of levenskunsten.

Artikel t.b.v. BNI-INTERN, themanr. Installaties, nr. 5-2009
zie http://www.bni.nl
Sept. 2009, Martin Pot

Publicaties/Publications 22-10-2009

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.