ruimte, organisatie of beleving’
Het zich ‘toe-eigenen’ van een deel van ons omringende – natuurlijke of artificiële – ruimte en de aanpassing ervan voor wonen vindt plaats sinds vroege tijden; de grens, of het onderscheid tussen beiden wordt echter al geruime tijd steeds meer confronterend en conflicterend. Aanvankelijk werden natuurlijke, gegeven structuren – een grot b.v. – gebruikt als huisvesting, later werden dit gebouwde structuren die zich ontwikkelden tot wat wij nog altijd kennen als huizen. Aan deze verschijningsvorm is in fundamentele zin weinig veranderd; uiteraard zijn materiaalgebruik en bouwtechniek- en fysica door de tijd aangepast aan de technologische ontwikkelingen, maar in essentie verschilt het wonen en de woning uit de Middeleeuwen niet van onze huidige woningen. Wat rest is onze verstandhouding, onze (mate van) verbeelding t.o.v. de natuurlijke of kunstmatige kaders en de meer abstracte en diffuse invloeden.
De Franse kunstenaar Thomas Hauser zoekt resten uit vergane of verlaten bouw bij elkaar en voegt detailfoto’s uit de geschiedenis van bewoning toe zodat een gecomprimeerd beeld ontstaat van een – vroegere – beleving. De Britse kunstenaar Rachel Whiteread vulde de binnenruimte van een monumentaal pand met beton en verwijderde vervolgens de gevels; wat resteerde was de gestolde geschiedenis, inhoud zonder kader, het ‘interieur’ zonder ‘exterieur’. Gordon Matta-Clark zaagde exact bepaalde openingen in huizen waardoor dat wat wij als bepalend kader zien letterlijk wordt doorbroken. Lees verder






